Werkgeversaansprakelijkheid: Verkeersrisico werknemer

Het Hof den Bosch heeft recent op grond van een deskundigenrapport een oordeel gegeven over de verzekeringsmogelijkheden in 1999 van een, door het Hof welomschreven, dekking voor met name ongeval overkomen aan een taxichauffeur. Volgens dat rapport bestonden er in 1999 voor het risico van letselschade incl. gevolgschade en overige materiële en immateriële schade van taxichauffeurs maar twee verzekeringssmaken, de ongevallen inzittenden (OVI) en de schadeverzekering inzittenden (SVI). Deze twee ‘smaken’ bleken reeds in 1999 verkrijgbaar, maar in het bijzonder taxibedrijven c.q. personenvervoer met busjes en autobussen werden in 1999 door de marktleidende verzekeraars voor een dergelijke verzekering niet geaccepteerd.. Overigens was de door de betrokken werkgever verzekerde taxichauffeur niet ‘OVI verzekerd’, maar verzekerd onder een, volgens het Hof niet behoorlijke, door de werkgever gesloten collectieve ongevallenverzekering. Men zou de collectieve ongevallenpolis een derde verzekeringssmaak kunnen noemen.

Ongevallenverzekeringen, zoals de collectieve ongevallenverzekering (COV) en de ongevallen inzittenden verzekering (OVI) zijn weliswaar voordelige verzekeringsvormen maar niet in alle situaties de meest juiste oplossing. Ten eerste komt dat doordat ongevallenverzekeringen alleen bij blijvende invaliditeit uitkeert. Ten tweede keren ongevallenverzekeringen nooit de werkelijk geleden schade uit, maar een bedrag op basis van de in de polisvoorwaarden opgenomen Glidertax. In de Glidertax staat exact vermeld welk percentage van de verzekerde som bij welk letsel wordt uitgekeerd. De uitkering heeft geen enkele relatie met de werkelijke geleden schade. Het voordeel van de ongevallenverzekering is dat de premie relatief laag is, altijd tot uitkering komt als er sprake is van blijvende invaliditeit van de verzekerde en de uitkering los staat van de schuldvraag, zodat de verzekerde niet de aansprakelijkheid van zijn werkgever hoeft aan te tonen.

Synchroon aan de ontwikkeling van de jurisprudentie heeft ook het verzekeringsaanbod zich ontwikkeld. Ons hoogste rechtscollege heeft in 2001 in het zgn. Arena arrest, een uitspraak van de Rechtbank Zutphen in stand gelaten. In deze zaak was de werkgever voor de letselschade van werknemer/bestuurder aansprakelijk gezien de omstandigheden waaronder de schade als gevolg van een ongeval met het door werkgever ter beschikking gestelde busje was ingetreden. Deze schade was niet door een verzekering gedekt. Een werkgever is niet aansprakelijk als er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de kant van de werknemer.

In 2002 (CAO Bouwbedrijf arrest) oordeelde de Hoge Raad (HR) andermaal dat de werkgever aansprakelijk is voor letselschade van werknemer/bestuurder als gevolg van een door diens eigen schuld veroorzaakt ongeluk tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden. Weliswaar was in beide gevallen niet voldaan aan de vereisten van 7:658 BW (zorgplicht voor een zo veilig mogelijke werkplek), maar de redelijkheid en billijkheid eisen in samenhang met de aard van de arbeidsovereenkomst dat de werkgever gehouden is deze schade te vergoeden.

Op deze ontwikkeling in de rechtspraak is in die jaren reeds door de verzekeringsindustrie ingesprongen via de Aansprakelijkheidsverzekering Bedrijven (AVB), dé polis voor het dekken van het risico van werkgeversaansprakelijkheid. Deze verzekeringsmogelijkheid zou men de vierde ‘smaak’ kunnen noemen.

In de AVB is de schade die met en door motorvoertuigen wordt veroorzaakt echter uitgesloten. Hierdoor ontstond door genoemde jurisprudentie een hiaat in de dekking voor de werkgeversaansprakelijkheid.

De werkgever kan dit hiaat opheffen door een door verzekeraars ontwikkelde ‘Werkgevers aansprakelijkheid motorrijtuigenverzekering’ (WEGAM) of ‘Verkeersschadeverzekering voor werknemers’ (VSVW) af te sluiten. In de praktijk blijkt dat men de WEGAM of VSVW echter niet bij elke verzekeraar kan afsluiten, maar dat deze verzekeringen vrijwel uitsluitend bij de verzekeraar kan worden ondergebracht waar de AVB of het wagenpark van het bedrijf loopt. De wetgever heeft in 2007 met de implementatie van de vijfde “WAM richtlijn” het minimaal verzekerde bedrag voor personenschade verhoogd heeft tot € 5.000.000,- per gebeurtenis. Veel WEGAM-verzekeraars willen doorgaans echter niet hoger verzekeren dan € 2.500.000,- per gebeurtenis. Bijkomend aspect is dat inmiddels de WEGAM.VSVW-verzekeringen niet altijd aansluiten op de meest recente jurisprudentie.

De SVI is een betere oplossing dan de OVI. Dit omdat de SVI iedere schade, los van de schuldvraag, tot maximaal het verzekerde bedrag die een inzittende van een motorvoertuig (passagier of bestuurder) oploopt uitkeert. Omdat ook de SVI niet naar de schuldvraag kijkt is er geen langdurige juridische discussie ter zake van de aansprakelijkheid van de werkgever. De SVI kan als alternatief voor de WEGAM worden gezien, maar de SVI is voertuiggebonden en dus voor ieder motorvoertuig zal een aparte SVI moeten worden afgesloten. En de werknemer die in zijn eigen motorvoertuig aan het verkeer deelneemt, zal zelf een SVI moeten afsluiten. Bovendien wordt de SVI niet door iedere verzekeraar met een voldoende verzekerd bedrag aangeboden. De meeste verzekeraars bieden standaard een verzekerd bedrag van € 1.000.000,- per schadegeval, maar er zijn ook verzekeraars die de SVI met een bedrag van € 100.000,- of minder aanbieden. Daarbij loopt men al snel het risico dat de verzekerde som bij letselschade niet toereikend is. Deze verzekering sluit ook niet aan op de latere jurisprudentie door de fietsende en wandelende werknemer geen dekking te bieden.

Met een tussenstap in 2005 deed de HR begin 2008 in een tweetal arresten een volgende stap. Volgens sommigen een stap te ver. Weliswaar is volgens de HR de werkgever niet zonder meer en zonder beperkingen aansprakelijk voor letselschade die werknemer als bestuurder van een motorrijtuig lijdt als gevolg van een verkeersongeval. Maar in het kader van de (wettelijke) plicht om zich als een goed werkgever te gedragen (artikel 7:611 BW) dient de werkgever voor werknemers, van wie de werkzaamheden kunnen leiden tot de situatie dat zij als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raken bij een verkeersongeval, zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering. Eind 2008 heeft de HR hetzelfde geoordeeld ten aanzien van niet-gemotoriseerde deelnemers aan het verkeer, de werknemer/fietser of de werknemer/voetganger.

De omvang van de verzekeringsplicht dient volgens de HR van geval tot geval met in acht name van alle omstandigheden te worden vastgesteld. Omstandigheden van bijzonder belang zijn de verzekeringsmogelijkheden tegen een premie waarvan in alle redelijkheid de betaling van de werkgever kan worden gevergd. Ook van belang is voor welke schade naar aard en omvang een behoorlijke verzekering, naar maatschappelijke opvattingen, dekking dient te bieden. De verzekering behoeft geen dekking te bieden voor opzet en bewuste roekeloosheid van de werknemer. Maar toch, dit blijven vage bewoordingen met het oog op de reikwijdte en de inhoud van de dekking.

Als de werkgever tekort is geschoten in de verplichting te zorgen voor een behoorlijke verzekering is hij jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die laatstgenoemde lijdt door die tekortkoming (de zgn. indirecte aansprakelijkheid ex art. 7:611 BW). De werkgever hoeft niet altijd zelf een verzekering af te sluiten. Als voor de werkzaamheden de werknemer gebruik maakt van een eigen auto kan aan vorenbedoelde verplichting ook worden voldaan door de werknemer in staat te stellen om zelf voor een behoorlijke verzekering te zorgen. De werkgever moet wel de nodige duidelijkheid aan die werknemer verschaffen, bijv. door hem te wijzen op de verzekeringsmogelijkheid en/of door de autokostenvergoeding uitdrukkelijk te specificeren.

Alles overziende kan de werkgever het beste een zelfstandige verzekering of een aanvullende rubriek op zijn lopende AVB sluiten teneinde de uit art. 7:611 BW voortvloeiende verplichting, om te zorgen voor een behoorlijke verzekering, af te dekken. Daarmede verkrijgt hij een all-in-one dekking voor zijn directe maar ook voor zijn indirecte werkgeversaansprakelijkheid ten aanzien van werknemers die in het kader van hun werkzaamheden als bestuurder, fietser of voetganger aan het verkeer deelnemen. Een dergelijke verzekering is inmiddels op de markt gebracht, in de verzekeringspers wel het ‘AVB-vangnet’ genoemd. Men zou dit als de vijfde en de beste verzekeringssmaak kunnen betitelen. De werkgever is dan op dit vlak echt van zijn kopzorgen bevrijd.


icon-linkedin   icon-twitter